Interview met Rudy Morren

Gepubliceerd op 20 september 2026 om 16:12

Rudy Morren kennen we als acteur en scenarist, maar de voorbije jaren kreeg zijn leven een heel andere wending. Hij kreeg de diagnose Parkinson. In mijn nieuwste gesprek vertelt hij openhartig over de impact daarvan op zijn dagelijks leven, maar ook over wat hem blijft inspireren en bezighouden. 

Een eerlijk en persoonlijk gesprek met Rudy Morren over Parkinson, zijn leven en de kracht om verder te gaan.  

Iedereen kent Rudy Morren als acteur en schrijver maar nu ook als iemand die open over Parkinson praat maar wie is Rudy als alle etiketten wegvallen? 

Oei, da's al meteen een vraag. Ik denk in principe dezelfde persoon. Er is een verschil tussen "je als iemand anders gedragen" en "iemand anders zijn". Ik ben altijd dezelfde. Maar ik weet me wel altijd te gedragen en niet de aap uit te hangen in een bepaalde situatie. Ik heb niet zoveel verschillende petjes.  

Je schrijft heel eerlijk maar is er iets wat je op papier gemakkelijker kan zeggen dan recht in iemands ogen? 

Ik heb op de een of andere manier een plezante schrijfstijl gevonden. Het boek leest vlot en is niet moeilijk. De manier waarop ik tegen iemand iets zou vertellen, zo heb ik het ook geschreven. Ik vind dat een ongelooflijk compliment. 

Een van mijn vriendinnen vertelde me ooit dat ik zo weinig van mezelf losliet, maar dat is eigenlijk niet waar. Wat ik wil zeggen, zeg ik, en de rest houd ik voor mezelf. Dus nee, ik heb er geen problemen mee om iets te zeggen of te schrijven. 

Ik vind het ook opvallend dat mensen me zeggen dat ik me blootgeef. Eigenlijk doe ik dat niet hoor. Ik zeg niet meer dan wat ik wil zeggen en ik schrijf niet meer woorden neer dan ik wil schrijven.” 

De boeken lezen erg vlot. Ik heb de twee boeken op paar dagen tijd gelezen wat jammer was want dan had ik geen strandlectuur meer. 

(Lacht uitbundig) Dat is fijn en ook niet fijn. Ik ben daar godverdomme paar maanden aan bezig geweest en jij leest dat op een dag uit. Dank je wel! Ik wil het niet weten, zoiets. Zal ik wel moeite doen. (blijft lachen)  

Zijn er dingen die je bewust niet hebt gedeeld in je boeken omdat ze te dichtbij kwamen? 

Zeker maar die ga ik dan ook nu niet vertellen. Schijnbaar geef ik mezelf open en bloot maar dat is niet waar, je mag trekken en sleuren maar wat ik niet wil zeggen zal ik niet zeggen. Ik ben een open boek, behalve dat deeltje dat ik niet wil delen. 

Je schreef over angst, verdriet, verlies, woede, onzekerheid maar welke emotie vond jij het moeilijkste om toe te laten?  

Emoties overvallen me eigenlijk. Ik ben nu 63 jaar en acteer al vanaf mijn twintigste. Ik heb dus altijd met emoties moeten omgaan. Ik kan niet gespeeld boos worden.  (Hij veert recht en roept luid: “Godverdomme!”, om te tonen wat hij bedoelt.) Ik was daar ook altijd kapot van. Zeker bij televisie is dat heel vermoeiend, omdat scènes telkens opnieuw moeten worden gespeeld. Dat is anders bij theater. Ik moest die emoties steeds opnieuw oproepen en daar ging ik aan kapot. Gewoon omdat ik die emotie niet speel, maar op dat moment echt voel. Ik kan niet doen alsof ik kwaad ben. Ik bén gewoon kwaad. Ik kan niet doen alsof. Maar zodra de scène gedaan is, is die emotie ook voorbij.

Wou je altijd acteur worden? 

 Ik wou altijd verhalen vertellen, dat wel. Acteren is natuurlijk ook een manier om een verhaal te vertellen, maar ik heb lange tijd gedacht dat ik boeken wilde schrijven. Ik had én heb zoveel respect voor auteurs dat ik er nooit aan durfde te beginnen. 

Ik heb wel scenario’s geschreven, onder andere voor twee langspeelfilms. Pas daarna durfde ik de stap te zetten naar een roman. Ik was 55 toen ik mijn debuut als schrijver maakte. 

Ik denk ook wel dat iedereen kan schrijven, maar je moet er echt de tijd voor nemen. Schrijven is bovendien een eenzaam beroep. Toen ik nog theater of televisie deed, was er altijd veel volk rondom mij. Nu ik schrijf, zit ik vaak alleen. 

Wat heeft Parkinson je afgenomen waarvan je nooit had gedacht dat je het zou moeten missen? 

Toekomst. (Hij laat een stilte vallen.)  

Ik heb vier jaar lang geen plannen gemaakt, of beter gezegd: niet durven maken. Maar nu begin ik voorzichtig weer plannen te maken. Mijn toekomstperspectief was drie maanden. Ik leefde van de ene neurologische controle naar de andere. Dat was de enige toekomst die ik zag. Daar ben ik nu overheen. Nu is het meer carpe diem, of gewoon: pluk de dag.

En wat heeft het je gegeven waarvan je nooit had gedacht het te krijgen? 

Onwaarschijnlijke loyale vriendschap. Vrienden hebben en weten dat je erop kan vertrouwen is zo fijn. Eén telefoontje en tien minuten later staat er hier iemand. Maar natuurlijk betekent dat niet dat ik nooit eenzaam ben en ik niet iemand mis. Ik wil die mooie dingen uit het leven ook kunnen delen met een partner en niet alleen in mijn bed liggen.  Maar nogmaals, ik ben ontzettend blij met de kring van mensen om me heen! 

Je zei ook dat je door je ziekte beseft dat je geen tijd meer wil verliezen. Waar wil je dan vandaag de dag absoluut nog tijd voor maken? 

Voor mijn vrienden in de eerste plaats. Verder zou ik graag een maand op vakantie willen gaan, naar Indonesië. Maar mijn vrienden houden me tegen en ze allemaal meenemen is te duur (grapt hij). Alleen reizen wil ik niet want ik heb er geen zak aan als ik het niet kan delen met iemand. Ik wil ook de herinnering maken om later thuis te kunnen vertellen " weet je nog, toen?

Is de ziekte ook een reden om niet te reizen? 

 De neuroloog zegt dat reizen geen probleem is,  maar ik moet wel een land kiezen waar de elektriciteit een zekerheid is. Het apparaat dat in mijn hoofd geplaatst is, moet opgeladen worden en dat gebeurt met elektriciteit. Als die uitvalt en ik het niet kan opladen, zit ik natuurlijk met een probleem. Daarnaast zou de neuroloog van het UZA contact moeten kunnen hebben met een neuroloog in het land waar ik ben, voor het geval er iets met mij gebeurt. Er komt dus wel wat bij kijken. Maar ik droom er wel van. In die Aziatische landen kan je voor geen geld lekker eten. Die straatstalletjes… mmmm.

 Maar dus eigenlijk heb jij altijd stroom nodig om goed te kunnen functioneren? 

Ik heb het al twee keer meegemaakt dat die batterij niet meer werkte. Ik voelde meteen dat er iets aan de hand was, maar het duurde dagen voordat ik wist wat de oorzaak was. De ene keer duurde het vijf dagen, de andere keer drieënhalve dag voordat ik wist wat er aan de hand was. Ik kreeg spierspasmen, kon niet meer stappen en viel van mijn stoel. Om van de zetel naar mijn slaapkamer te geraken, deed ik anderhalf uur. Echt waar. Ik heb als een insect over de grond gekropen. Toen ik uiteindelijk bij de neuroloog was, bleek dat mijn batterij niet werkte. En we zitten nochtans in België, dus je ziet dat het ook hier zomaar kan gebeuren. Vijf weken geleden overkwam het me opnieuw. Met een afstandsbediening moet ik dat ding weer op gang brengen, maar als je die niet meteen vindt, is dat een ramp. Dus als de batterij plat is, voel ik dat meteen.

Beetje Robocop achtig ben je wel.. 

Het duurt drie uur voordat dat spel opgeladen is. En terwijl ze een heel jaar bezig zijn geweest om het te finetunen, maakte ik dat ding bijna kapot en ontplofte mijn huis bijna. Ik dacht gedurende drie seconden dat ik doodging. Het gevoel dat je krijgt wanneer je vingers slapen, maar dan maal honderd. Nochtans ben ik heel blij dat ik mijn operatie heb gehad. Want de weken voor de ingreep ging het echt niet meer. Ze moesten me zelfs vastbinden omdat de spierspasmen erger en erger werden. Ik bewoog constant, waardoor ik viel en zelfs niet meer gewoon kon zitten. 

Ik had voor mezelf ook het besluit genomen dat het afgelopen was met mij. Ik had geen kwaliteit meer in mijn leven. Het LEIF-dossier werd opgemaakt en ik had in stilte van iedereen afscheid genomen. Maar toen kreeg ik dat cadeauke: die operatie. Daardoor veranderde alles ineens en kreeg ik plots weer een zee van tijd. ( Hij had een Deep Brain Stimulation operatie waarbij elektroden in de hersenen geplaatst worden die verbonden zijn met een neurostimulator. Die kan de symptomen van Parkinson, zoals spierspasmen en bewegingsproblemen, helpen onderdrukken.) 

Wat deed dat idee met jou toen je besefte dat je toch nog niet moest gaan sterven en je ineens "tijd" als cadeau kreeg? 

Saskia, de vrouw van Michael Pas, zei tegen mij: ‘Rudi, jij moet vanaf nu je tijd gaan verschijten.’ En eigenlijk is dat ook zo. Wat wij nu doen, is ook tijd verschijten. Maar dat is goed bedoeld, hé. Want tijd verschijten is voor mij het begin van verbinding. Daarmee wil ik zeggen dat we naar elkaar luisteren en dat je, door naar elkaar te luisteren, dichter bij elkaar komt. Dus ik doe niets liever dan mijn tijd verschijten en tijd nemen om gewoon eens niets te doen.

Ik heb de twee boeken gelezen die je schreef over Parkinson "de man die niet alleen viel" en " na de val" en ik werk met mensen die de ziekte hebben. Toch wil ik graag weten wat er niet in de boeken geschreven staat en wat de mensen me niet vertellen over de ziekte.  

Daar heb ik het niet over in mijn boek, dus ik ga het hier ook niet bespreken. Ik geef me graag bij wijze van voorbeeld open en bloot, maar hier doe ik dat niet. Je mag niet vergeten dat de medicatie die Parkinsonpatiënten nemen verslavingen in de hand kan werken: gokverslaving, koopverslaving, alcoholverslaving, maar ook seksverslaving. En ik kan je vertellen dat ik er zelf een aantal heb gehad. 

Je wil bijvoorbeeld niet weten hoeveel balpennen ik heb gekocht. Of messen. Op een gegeven moment heb ik mijn bankkaart aan mijn goede vriend Michael Pas gegeven. Hij moest ze bijhouden, want ik kocht niet alleen kunst, maar vooral rommel. Mijn neuroloog vond trouwens dat ik nog geluk had. Een andere patiënt van haar kocht als verslaving huizen. Dus het kan nog erger.” (lacht) Er zijn ook mensen die hun medicatie verminderen omdat ze binnen hun relatie de drang naar constant seks hebben niet meer aankunnen. Ze kiezen er dan voor om een pilletje minder te nemen. Je wil toch niet doodgepoept worden? 

De kenmerken zoals struikelen zien mensen vaak maar wat er vanbinnen afspeelt weten mensen vaak niet. 

Dat struikelen en bibberen is nog maar het minste. Ik heb vier jaar lang geworsteld met de vraag wie ik ben. Ik wist niet meer wie ik was. Ik weet niet hoe ik het moet zeggen maar ik was iemand anders. Ik was niet meer de Rudy die ik al heel mijn leven ken. Ik was gewoon een ander persoon geworden. Dat was eigenlijk het ergste gevecht dat er was.  

Ben je iemand die nog plannen maakt voor de toekomst of leef je eerder dag per dag? 

 Ik ben weer aan het denken aan de verre toekomst. Toen ik in 2018 het verdict kreeg, heb ik mezelf de domme belofte gedaan dat ik in tien jaar tijd tien boeken zou schrijven. Het publiek én de pers moesten die boeken dan ook nog goed vinden. Daar ben ik voorlopig in geslaagd. We zijn nu 2026 en ik zit aan boek acht. Ik moet dus nog wat schrijven. Maar… hoe los ik dat op? Ik wil mijn eigen belofte wel nakomen. Dus ben ik nu een trilogie aan het schrijven. Drie boeken in één boek!

Dus je bent nu aan het schrijven? 

Ja wanneer moet ik het anders doen? Ik schrijf elke dag van 9 tot 15 uur en dan ben ik kapot. Maar dus schrijven doe ik zeker wel want ik wil die belofte waarmaken. En wat moet ik anders doen? (lacht uitbundig) 

Laten we het eens hebben over Team Rudy. Hoe is dat ontstaan? 

Toen ik de diagnose kreeg, wist ik dat ik het alleen niet zou trekken. Ik wist dat ik vriendjes moest gaan zoeken. Zoals ik in het boek heb geschreven en ook in de documentaire heb verteld, heb ik mijn stoute schoenen aangetrokken en ben ik naar mijn vaste stamkroeg, Den Bombasa, getrokken.

Daar raakte ik aan de praat met een plaatselijke beenhouwer. Hij vertelde me dat hij graag ossobuco at, maar het zelf niet kon klaarmaken. Ik had in een ver verleden kookles gevolgd, dus ik wist wel dat ik iets kon koken. Ik stelde hem voor dat ik de ossobuco zou maken, op één voorwaarde: iedereen die op dat moment in het café was, moest mee komen eten. Zo gezegd, zo gebeurd. We waren met een stuk of zestien mensen en een paar weken later vond hier de eerste bijeenkomst plaats. Ik had de bewuste ossobuco gemaakt en daarna heb ik verteld dat ik ziek was en hulp nodig had. 

Op zich is het natuurlijk een beetje raar: je nodigt mensen uit om te komen eten en vervolgens vraag je hen om een wederdienst. Maar ik heb dus mijn hulpvraag gesteld en het werd stil. Ik dacht: oké, die gaan vertrekken en ik zie ze niet meer terug. Maar toen volgde er een klein applaus. En die mensen zijn gebleven. Nu, vijf jaar later, zijn ze er nog steeds. De groep van zestien mensen is ondertussen uitgegroeid tot zo’n veertig mensen. Dus ik vind het heel mooi dat zoiets kan ontstaan. 

Als je u boeken, theater en tv wegdenkt is er dan iets waar je het meest trots op bent? 

Dat ik die mensen heb samengebracht. Ik vind dat ik daar trots op mag zijn. Ik houd die groep niet samen, de groep houdt zichzelf samen. Maar ik ben wel de initiatiefnemer geweest en dat maakt me trots. Jij kan nu wel zeggen dat ik een aangenaam mens ben en dat die groep anders nooit vijf jaar zou blijven bestaan, maar ik vind het nog steeds niet vanzelfsprekend dat we om de paar weken met die groep samenkomen. En dat ik maar één telefoontje verwijderd ben van mensen die binnen de tien minuten hier kunnen staan… Dat vind ik bijzonder. 

Als we elkaar over vijf jaar opnieuw spreken wat hoop je dan dat er in je leven is veranderd? 

Dat ze een medicijn hebben gevonden om mij te genezen. De wetenschap staat niet stil. Ik besef dat de kans heel klein is, maar ik mag wel hopen, toch? Mijn neuroloog vertelde me dat er een bepaald medicament is dat misschien over een paar jaar op de markt komt. Dat is alvast één ding. Daarnaast heb ik iemand gesproken die bezig is met gentherapie. Het zal dus misschien ook geen tien jaar meer duren voor daar iets uit voortkomt. En dan is er nog een kliniek in Portugal die werkt met een plant uit Afrika. Dat zou de ziekte niet genezen, maar wel kunnen afremmen. Er zitten dus zeker nog dingen aan te komen.

 En dan tijd voor de laatste vraag. Welke vraag hoopte je stiekem dat ik je nu zou stellen maar heb ik nog altijd niet gesteld? 

(stilte) 

“Ben je gelukkig? Die vraag dan. 

Ik ben op zich wel gelukkig. Ik ben altijd een zondagskind geweest en heb eigenlijk altijd de dingen kunnen doen die ik wilde doen. Ik heb ook niet te veel tegen de schenen van mensen geschopt en ik was nooit ziek. Ik was een heel gelukkig mens. 

Bij Parkinson wordt de dopamine, die een belangrijke rol speelt bij het geluksgevoel, niet meer voldoende aangemaakt. Toen ik de diagnose kreeg, zei ik tegen mijn toenmalige partner – maar eigenlijk meer tegen mezelf dan tegen haar – dat ik nooit meer gelukkig zou worden. 

Dat is dus niet waar.

Ik ben gelukkiger dan ooit. Echt waar. Ondanks de kloterij dat ik die ziekte heb en ondanks de beperkingen, ben ik nu echt weer gelukkig.  

Ik weet natuurlijk niet hoe ik me ga voelen over vijf jaar natuurlijk.... 

Nu nog dat lief dat je pad gaat kruisen en dan zit je op een geluksschaal van tien?

(Hij zwijgt even.) 

“Godverdomme.”

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.