Interview met Warre Borgmans

Gepubliceerd op 5 november 2026 om 18:56

Achter elke acteur schuilt een verhaal. Dat geldt ook voor Warre Borgmans, een vertrouwd gezicht in de Vlaamse theater-, film- en televisiewereld. Met zijn jarenlange ervaring heeft hij al heel wat bijzondere momenten beleefd. Maar wat schuilt er achter de rollen die hij speelt? Wat drijft hem om telkens opnieuw op het podium of voor de camera te staan? Ik ging met hem in gesprek om zijn verhaal te ontdekken en hem ook op een andere manier te leren kennen.  

Warre, ik wil al meteen mijn vragen op je afvuren. Wat kan theater vertellen wat een boek niet kan? 

Het eerste waar ik aan denk, is dat een boek je fantasie aanwakkert. Je moet zelf dingen invullen en beelden vormen die alleen jij ziet. Die beelden zijn ook heel uniek. Het grote voordeel van theater is dat het levend is. Er staan levende mensen voor je, en het idee dat levende mensen een fantasie voor jou spelen, vind ik ook wel schoon. In theater kunnen we naïef verwonderd zijn. Mensen die op dat moment met hun hart, hun ziel en hun hartslag iets verbeelden, vertellen en spelen, staan voor je. Een boek is, om het heel oneerbiedig te zeggen, dode letter. Een boek lees je meestal ook alleen, terwijl theater een gezamenlijk gebeuren is. Het levende aspect vind ik vooral het grote verschil tussen de twee.

En ben je zelf een lezer? 

Ik lees wel altijd, maar helaas te weinig. De grote klassiekers uit de literatuur liggen nog steeds op me te wachten. Ik heb mezelf ook een boekenkoopstop opgelegd. De nieuwsgierigheid is er wel en ik lees vaak recensies, waardoor ik opnieuw nieuwsgierig word. Lezen doe ik dus wel, maar de echte grote literatuur ligt nog op me te wachten. 

Hoe belangrijk is humor in het vertellen van moeilijke of ernstige verhalen? 

Dat is heel belangrijk, zonder natuurlijk afbreuk te doen aan de ernst van de zaak. Humor is een soort glijmiddel dat meestal het pad effent. Als mensen kunnen lachen, zijn ze ontvankelijker voor dingen. In die zin is humor dus zeer belangrijk. Het leed van dat moment kun je niet ontkennen, maar je mag er wel een saus van humor overheen gieten. 

Wat maakt voor jou het verschil tussen een goede tekst en een tekst die blijft hangen?

Een tekst die blijft hangen, is voor mij een tekst die een diep verankerd gevoel aanspreekt. Het is een tekst die net dat stapje verder gaat en je echt raakt. Je voelt dat de woorden iets met je doen en dat ze een bepaalde emotie bij je oproepen. Het gaat dus niet alleen om wat er letterlijk gezegd wordt, maar vooral om het gevoel dat achter de woorden zit en dat bij jou blijft nazinderen. Woorden die je gevoel kietelen en iets in je losmaken, dat is nog iets meer. Dat is voor mij het verschil tussen een goede tekst en een tekst die je echt bijblijft. 

Vanaf wanneer wist je dat je acteur wilde worden? 

 Ik wist dit eigenlijk al heel snel. Ik ging al op jonge leeftijd naar het Mortsels Jeugdtoneel olv Ketty van de Poel, zij was de regisseur. Ik kreeg les van Marilou Mermans en Ray Verhaeghe op de muziekacademie van Mortsel. Toen ik twaalf jaar was, speelden we voor het eerst op een school in Boechout. Die ervaring heeft mijn droom om acteur te worden een enorme duw in de rug gegeven. Ik heb eigenlijk nooit echt getwijfeld of ik dit wilde worden. 

Alle generaties kennen je ook. Mijn dochter kent je via Blinker op tv, maar ik ken je dan weer van series op tv en Jos kent jou dan weer van theater. 

Ja, dat is eigenlijk wel mooi om te horen. Je staat er zelf niet altijd bij stil dat mensen je op zoveel verschillende manieren kennen. Voor de ene ben je iemand uit een televisieserie, voor de andere ben je vooral een theateracteur. Het is fijn dat je doorheen de jaren verschillende generaties hebt kunnen bereiken en dat mensen je werk blijven herinneren. 

Wat heeft theater jou geleerd over mensen? 

Ohlala… Het heeft veel met mij gedaan en mij veel geleerd. Door goede stukken te lezen en erover te spreken, leer je veel over de menselijke staat, over hoe sukkelig de mens soms kan zijn en over het feit dat we allemaal maar proberen, zonder een echte gebruiksaanwijzing voor het leven. Iedereen probeert er het beste van te maken, maar iedereen faalt ook wel eens. Fouten maken hoort erbij. Al die dingen neem je mee in het leven en ze vormen je als persoon. Ook de mensen met wie ik doorheen de jaren heb kunnen samenwerken en die nog altijd mijn vrienden zijn, zijn heel belangrijk geweest voor mij. Vooral het vertrouwen binnen een groep vind ik belangrijk. Ik zal bijvoorbeeld sneller mijn mening geven in een vertrouwde groep, waar mijn mening ertoe doet. Dat soort ervaringen heeft mij veel geleerd en mee gevormd tot de persoon die ik vandaag ben. 

Is er een personage dat je nooit helemaal hebt kunnen loslaten? 

Awel, misschien de paps van Blinker. Hij was heel onhandig. Zelf ben ik ook niet zo handig, maar toch niet zo onhandig als die papa. Ik vond het ook echt een heel leuke rol om te spelen. Er was iets herkenbaars aan het familiale aspect van het personage. Die papa was zeker ook een beetje een clichéfiguur. 

Wanneer je intensief met een stuk bezig bent en het bijna elke avond speelt, neem je daar vanzelf wel dingen van mee naar huis. Op die manier blijft een personage soms ook na de voorstelling nog een beetje bij je. Wat mij het meeste bij blijft zijn de teksten waarvan ik denk dat de mensen er iets aan hebben gehad. Ik zie alle lagen van de bevolking en ik vind het belangrijk dat iedereen mijn stukken kan begrijpen die ik speel. Als je naar een voorstelling komt kijken, telt je afkomst of je titel niet meer.  

Wat ik mooi vind, is dat cultuurhuizen zoals Arenberg tickets aanbieden aan mensen met een kansentarief. Op die manier blijft cultuur toegankelijk voor iedereen, ook voor mensen die het financieel wat moeilijker hebben. 

Zeer zeker! 

Wat is het mooiste compliment dat je ooit na een voorstelling hebt gekregen? 

Bij de voorstelling Rozeke krijg ik gelukkig veel mooie complimenten. Mensen zijn meestal verbaasd dat ik alle teksten van buiten leer en ze zo achter elkaar kan opzeggen. Ik studeer er ook weken op om alles uit het hoofd te kennen. Het echte studeren vind ik het minst leuke deel. Het is vooral het verdiepen in de tekst en ontdekken wat ik ermee kan doen dat ik het plezantst vind. Als ik een paar dagen niet gespeeld heb, moet ik alles nog eens voor mezelf herhalen. Ik moet de tekst levend houden, zodat ik tijdens de voorstelling niet meer over de woorden hoef na te denken. Ik wil op een organische manier kunnen spelen, met energie, zonder dat ik bewust met de tekst bezig moet zijn. Rozeke is bijvoorbeeld een hele boterham, dus dat blijft ook wel spannend. Bovendien reageert elke zaal anders, wat elke voorstelling weer anders maakt. 

Is er een publiek waar je het liefste voor speelt?

Ik zou zeggen: voor mensen waarvan je voelt dat ze mee zijn met het stuk en het verhaal. Soms heb ik de indruk dat de zaal mij omarmt. Dat kan natuurlijk gewoon een gevoel zijn, maar het omgekeerde gebeurt ook. Soms denk ik dat het verhaal de mensen niet raakt, terwijl ze achteraf komen vertellen dat ze er enorm van genoten hebben. Het is vooral die indruk dat het publiek de voorstelling omarmt en dat je welkom bent. Op zo'n moment voel je je als acteur vrijer. 

Is er iets waar je vandaag anders naar kijkt dan toen je jonger was? 

Veel! Vroeger moest ik me veel meer bewijzen en ervoor zorgen dat ik aanvaard werd en aan bepaalde verwachtingen voldeed. Dat is nu niet meer zo. Op school werd dat toen ook al zo aangeleerd: je moest goede punten halen en bewijzen dat je iets kon. Als je niet genoeg punten haalde, was je gebuisd. Bij toneel moest je dan ook nog eens goed kunnen articuleren en aan allerlei andere verwachtingen voldoen. Dat valt nu natuurlijk allemaal weg. De grootste omwenteling is dat ik nu gepensioneerd ben en daardoor veel rustiger in het leven sta. Ik ben maar wie ik ben en ik probeer gewoon wat ik probeer. Als ik jou vanavond een goede avond kan bezorgen, dan vind ik dat al heel wat. Al de rest is bijkomstig en daar draait het niet om. Ook de tijdsgeest is veranderd. Er worden tegenwoordig andere dingen gemaakt, met een andere insteek. Na verloop van tijd leer je wat je zelf wilt en hoe je het wilt doen. 

Is een acteur eigenlijk ook een soort schrijver maar dan met zijn stem en lichaam? 

Ergens wel. Je creëert natuurlijk ook zelf iets. Je bent eigenlijk een valse schrijver, want de tekst wordt je op een presenteerblaadje aangereikt. Maar dat presenteerblaadje is wel heel belangrijk, want het is veel leuker om goede teksten te brengen dan flutteksten. De teksten waaraan ik de beste herinneringen heb, zijn niet de gemakkelijkste teksten. Het zijn teksten die je met de juiste woorden tot leven probeert te brengen, waardoor ze iets doen met jezelf én met de mensen die komen kijken.

Ik ben me ervan bewust dat ik zoiets zelf niet kan schrijven. Ik heb wel andere dingen geschreven, maar dat is van een ander niveau. Dat was entertainment. Knappe, kernachtige woorden schrijven, dat kan ik niet.

Welk woord zou je uit het woordenboek willen schrappen en welk woord zou je absoluut willen redden? 

 Goesting zou ik zeker willen redden. Ik denk dat ik daar niet alleen in sta, hè? (lacht) Ik heb op jouw website het interview met jou en Bart De Wever gelezen, en hij noemde goesting ook als zijn favoriete woord. Ik vind het zelf ook een mooi woord, los van De Wever. Er zijn natuurlijk nog andere mooie woorden. 

Een woord dat ik zou willen schrappen, weet ik niet meteen. Daar zou ik heel hard over moeten nadenken. Er zijn natuurlijk wel zaken die ik zou willen schrappen, maar dat is iets heel anders. Alles mag benoemd worden, vind ik. 

Wat vind je van het vele Engels dat tegenwoordig in onze taal terecht komt? 

Door de globalisering en het overnemen van woorden uit andere talen is dat eigenlijk onvermijdelijk. We kunnen niet terug naar de tijd waarin we alleen maar Vlaamse woorden gebruikten. Volgens mij kun je dat niet zomaar terugdraaien. Het is ook niet van de ene op de andere dag gebeurd, maar geleidelijk aan in onze taal geslopen. Intussen zijn heel wat van die woorden gewoon van ons geworden, hoe Engels ze ook klinken of hoe Engels ze ook zijn. Ik gebruik zelf ook Engelse woorden, zoals ‘deadline’. Ik zie mezelf niet zeggen: ‘een dode lijn’. We zouden ook ‘een limiet’ kunnen zeggen of ‘tegen die datum moet het klaar zijn’, maar we gebruiken dus het woord ‘deadline’ alsof het Nederlands is. En dat doen we met nog veel meer woorden. 

Dan kun je je natuurlijk afvragen of we zulke woorden moeten bannen. Maar dat gaat niet meer. We kunnen niet terug naar de tijd waarin we alleen maar Vlaamse woorden gebruikten. Volgens mij kun je dat niet zomaar terugdraaien. Het is ook niet van de ene op de andere dag gebeurd, maar geleidelijk aan in onze taal geslopen. Intussen zijn heel wat van die woorden gewoon van ons geworden, hoe Engels ze ook klinken of hoe Engels ze ook zijn. 

Maar vind je dan dat het ook past in een theaterstuk?

Dat hangt ervan af. Sommige woorden zijn zo ingeburgerd in onze cultuur dat we ze ook in het theater gebruiken. We moeten meegaan met onze tijd, anders denken mensen misschien dat we naar een stuk van vijftig jaar geleden kijken. Toch is het een fenomeen waar je zeker ernstige vraagtekens bij kunt plaatsen.  

Kan je met een accent of een dialect soms meer vertellen dan met het algemeen Nederlands? 

Warre veert meteen op. “Ja! Een accent of dialect geeft kleur aan wat je vertelt. Het voegt iets toe of maakt iets duidelijk wat je met een verzorgde en correcte taal niet altijd kunt overbrengen. De rijkdom van dialecten kan volgens mij niet genoeg benadrukt worden. Ze zijn gegroeid vanuit de mensen zelf en zitten als het ware in onze genen. Onze taak blijft toch om menselijke gevoelens teweeg te brengen of aan te wakkeren. Dus mijn antwoord is volmondig ja!” 

Veel acteurs brengen teksten van schrijvers tot leven. Wanneer voelt u dat een tekst echt begint te leven? 

Als hem in mijn systeem zit. Dat is een uitdrukking dat ik al lang meedraag maar dat is wel zo. Je kan geraakt worden door een tekst maar dat is nog iets anders dan hem kennen want ik moet hem uiteindelijk wel brengen. Ik kan een tekst in theorie schoon vinden maar dat is nog iets anders dan hem onder de knie hebben en hem kunnen brengen. Als ik er mee begin te leven en als het een deel van mij is geworden dan zit het in mijn systeem en dat duurt soms lang hoor.  

Ik veronderstel dat je niet elke rol aanneemt. Zijn er bepaalde voorwaarden waaraan een rol voor jou moet voldoen voordat je die aanvaardt? 

 Als ik gegrepen word door een verhaal of door een traditie, spreekt me dat aan. Neem bijvoorbeeld Slisse en Cesar: dat is een volkstraditie en daar voel ik me toe aangetrokken. Ik vind het leuk om zoiets te ervaren. Ik heb daar al in meegespeeld, dus nu doe ik opnieuw mee. 

Ook de regisseur speelt voor mij een belangrijke rol in de beslissing om een rol aan te nemen. Daarnaast spreekt het onbekende me vaak aan: een stuk dat ik nog niet ken, prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Eigenlijk ga ik meestal af op mijn buikgevoel.

 Je hebt de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Heb je al eens nagedacht over wanneer je zou willen stoppen met acteren? 

Ja, daar heb ik al een paar keer over nagedacht. Als ik om me heen kijk, zie ik dat er steeds minder gezelschappen zijn en dat er niet meer op dezelfde manier aan iets wordt gebouwd. Ik zeg niet dat het daarom slechter is, maar er is toch een bepaalde rijkdom verdwenen. Ook het financiële aspect speelt een rol. Als ik zie hoeveel moeite een regisseur moet doen om geld bij elkaar te krijgen, vraag ik me soms af of het dat allemaal nog waard is. Een regisseur heeft bepaalde ideeën waarvoor geld nodig is, maar de strijd om dat geld te vinden vraagt soms zoveel energie dat mensen afhaken of hun plannen opgeven. Al die zaken samen zorgen ervoor dat ik soms denk aan stoppen met acteren. 

Hoe anders is het om een personage eerst als lezer te leren kennen en daarna de acteur tot leven te brengen? 

Ik vind dat een boeiend proces. Vaak is zoiets ook verrassend omdat een personage evolueert in iets of iemand dat je niet verwacht had. Ook omwille van de dingen die de regisseur er mee doet. Dat maakt je zelfs rijker. Wij moeten het geloofwaardig op toneel brengen. Dat is onze taak. Dus er ligt een hele grote afstand tussen iets dat je leest en uiteindelijk zegt en voelt. Ik vind dat een heel boeiende weg.  

Als u leven een boek was, welke titel zou u het boek geven? 

(Hij lacht even.) Ik heb niet zo’n positief beeld van mezelf. Ik heb daar wel een aantal negatieve titels voor. Dat heeft te maken met twijfel en onzekerheid. Een titel voor mijn boek zou bijvoorbeeld "Totaal over het paard getild" kunnen zijn. Vaak voel ik me zo. Dat is iets waar ik zelf mee worstel. 

Ik denk trouwens niet dat dat zo vreemd is en dat veel mensen dat gevoel herkennen. Ik ben niet echt van plan om een boek te schrijven, hoewel ik boeken belangrijk vind. Maar mocht ik ooit toch een boek schrijven, dan zou het een humoristisch boek zijn.  

Tot slot. Als Warre Borgmans maar één zin mocht schrijven die mensen nog jaren zouden onthouden welke zin zou dat dan zijn? 

Het eerste wat bij me opkomt, is: ‘Ik heb geprobeerd u te vermaken.’ Maar ik zou de mensen ook graag sterkte toewensen voor wat er nog komt. Ik zou hen een duwtje in de rug willen geven, want ik vind het leven soms echt een opgave. Het is zwaar en het lijkt steeds zwaarder te worden. Ik had nooit verwacht dat we tijdens ons leven zouden meemaken wat er vandaag allemaal gebeurt. Wat sommige onnozelaars veroorzaken, is zo immens dat ik het zelfs niet onder woorden kan brengen. Daarom zou ik de mensen vooral sterkte willen toewensen. 

Een andere zin zou kunnen zijn: ‘Voel je de steun?’ Ik wil de mensen een warme hand op de rug leggen, niet om te duwen of pushen maar om te steunen, duwtje in de rug geven. Mensen kunnen steeds moeilijker plaatsen wat er allemaal in de wereld gebeurt. We zijn ondertussen gewend geraakt aan slecht nieuws, gruwelijke beelden en vreselijke toestanden. Maar ik ben op een punt gekomen waarop ik dat niet meer wil en kan aanzien. 

Met die woorden eindigt ons gesprek. Na jaren op het podium en voor de camera blijft voor Warre Borgmans vooral één ding belangrijk: iets betekenen voor andere mensen. Of dat nu is door hen aan het lachen te brengen, hen te ontroeren of hun een duwtje in de rug te geven. Want soms is dat precies wat iemand nodig heeft. 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb