Ik heb ADHD en daar komen ze nu pas mee

Steeds meer vrouwen krijgen een late diagnose ADHD. Jarenlang vragen ze zich af waarom alles moeizamer gaat, waarom er zoveel afleiding is en waarom hun to-dolijstjes almaar langer worden. Nele Reymen was geen uitzondering.

Toen haar psycholoog ADHD suggereerde, dacht ze: ADHD? Dat is toch iets voor hyperactieve jongetjes? Ze zag zichzelf niet zo, maar besloot zich toch te laten testen. Dat bleek een kantelpunt.

In dit boek neemt Nele Reymen je mee op een zoektocht door haar leven voor, tijdens en na de diagnose. Een leven waarin ADHD altijd aanwezig was, maar pas laat werd herkend. Op een – voor mij toch – herkenbare manier beschrijft Nele de symptomen van ADHD bij vrouwen en de impact die het heeft op haar denken, emoties en dagelijks functioneren.

Het boek is geen wetenschappelijk werk, maar ik vond het leuk (en confronterend tegelijk) om situaties te lezen die voor mij herkenbaar waren. In het begin dacht ik nog: “te snel werken en daardoor fouten maken” of “slordig werk afleveren”… dat heeft toch iedereen wel eens wanneer er weinig tijd is. De vraag of ik het vaak moeilijk heb om mijn aandacht ergens bij te houden? Dan denk ik dat het onderwerp gewoon te saai is of niet boeiend genoeg verteld wordt. Dat is toch geen ADHD, dacht ik.

Daarna kwamen er stukken die totaal niet op mij van toepassing waren (bijvoorbeeld een boek moeilijk kunnen uitlezen uit ongeduld of afwezig lijken in een gesprek). Dat heb ik niet. Dus opnieuw had ik het gevoel dat ik gewoon “doorsnee” ben.

Zeker omdat het kenmerk “moeilijk kunnen organiseren van activiteiten” absoluut niet opgaat voor mij. Mijn tweede naam is “manager”, omdat ik agenda’s goed kan beheren. Of dingen kwijtleggen en ze niet meer terugvinden… dat gebeurt mij zelden. Dat gaf me het gevoel dat ik toch niet ben zoals de auteur van het boek.

Tot we ongeveer in het midden van het boek kwamen en ik plots het gevoel had dat ik een boekje over mezelf aan het lezen was. Slik.

“Wordt vaak afgeleid door uitwendige prikkels zoals gesprekken van andere mensen, borden die tegen elkaar kletteren en moeite hebben om zich af te sluiten van de buitenwereld.” Dat heb ik zeker. Moeite met stilzitten, smoesjes verzinnen om even rond te lopen, zich innerlijk gejaagd voelen, steeds het gevoel hebben bezig te moeten zijn, moeite hebben om zacht te praten, luidruchtig zijn… het lijstje met herkenbare kenmerken leek niet te stoppen.

De klap op de vuurpijl kwam toen ik las: “veel energie hebben en altijd maar doorgaan, moeilijk kunnen loslaten, doordrammen en dat anderen mij soms onrustig vinden.” Ik werd er echt stil van. Op dat moment besloot ik dit boek uit te roepen tot hét beste boek ooit.

De rest van de dag bleef het boek in mijn hoofd zitten, dus las ik verder. En opnieuw kreeg ik het gevoel dat ik over mezelf las: “een flapuit zijn, zinnen van andere mensen afmaken, denken: als ik het antwoord al weet, waarom wachten tot de vraag helemaal gesteld is?”… That’s me.

Toch besef ik ook dat herkenning niet hetzelfde is als een diagnose. Op andere vlakken herken ik mezelf helemaal niet in de kenmerken die Nele beschrijft, en in mijn dagelijks leven ervaar ik er ook geen echte hinder van. Daardoor bleef ik tijdens het lezen heen en weer geslingerd tussen “dit ben ik helemaal” en “dit past toch niet bij mij”.

Misschien is dat net de kracht van dit boek: het zet je aan het denken. Voor mij bracht het vooral herkenning, verwondering en een moment van zelfreflectie.

 

 

 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb